Gebedsgenezing (in NRC van 22 februari 2017 gepubliceerd)


Beetje bescheidenheid

Arnold Huijgen en Stefan Paas getuigen in hun artikel ‘Genezing is te belangrijk om aan artsen over te laten’ (NRC 20 febr.) van hun vertrouwen in gebedsgenezing. Impliciet betogen zij dat god bestaat en dat genezing door gebed soms  plaats vindt. Ruim tien jaar geleden al deden wetenschappers in de VS onderzoek naar de relatie tussen gebed en genezing. Daar werd 2,5 miljard dollar aan besteed (verkwist), voornamelijk van de John Templeton Foundation. Er werd geen enkele relatie gevonden. De conclusie van Richard Sloans boek Blind Faith luidde dan ook dat de alliantie tussen religie en geneeskunst een onzalige is. Zogenaamde gebedsgenezing zou toch wel heel merkwaardig zijn. Hoeveel gelovigen hebben niet gebeden voor een ziek kind of andere dierbaren die niettemin overleden. De Amerikanen zeggen het scherp wat gelovigen doen: ‘Counting the hits but ignoring the misses’. Honderden mensen verongelukten een aantal jaren geleden bij een vliegramp in Libië, één kind overleefde. ‘Een godswonder’, riepen gelovigen in koor. En die andere honderden dan? Alleen één succes vertellen en de mislukkingen verzwijgen lijkt hypocriet. Het probleem is natuurlijk dat als er een alwetende en algoede god zou bestaan dat hij het gebed van de gelovige niet nodig heeft. Als een genezing moeilijk te verklaren is, lijkt een beroep op een buitennatuurlijke (niet-naturalistische) macht onlogisch.

Soms lijkt het dat theologen in elk geval één deugd missen: de bescheidenheid op te brengen iets nog niet te weten.

Anton Mullink, Haarlem.

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *